Cites

Cites: Handel in en bezit van beschermde dieren en planten
De handel in en het bezit van beschermde dieren en planten of producten die van beschermde dieren of planten zijn gemaakt, is aan strikte regels gebonden. Het CITES-verdrag regelt de internationale handel in bedreigde dieren en planten.

CITES staat voor: Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora. In het Nederlands betekent dit: Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde uitheemse dieren en planten. De bepalingen van het CITES-verdrag zijn voor Nederland verwerkt in de Flora- en faunawet (Ff-wet). Deze wet regelt ook handel en bezit voor een aantal soorten die niet onder het CITES-verdrag vallen.
Het is in principe verboden inheemse beschermde dieren en planten te verzamelen, verhandelen, vervoeren of bezitten. Op deze regel zijn uitzonderingen, bijvoorbeeld voor vogels die in gevangenschap zijn geboren. Handel in en bezit van uitheemse dier- en plantensoorten is in veel gevallen toegestaan. De handelaar of de eigenaar moet dan wel een vergunning of certificaat hebben. In de drie bijlagen bij het CITES verdrag zijn inmiddels ruim 30.000 soorten opgenomen. In dit verdrag is ook een vergunningen- en certificatensystematiek opgenomen.

CITES/Uitheemse dier- en plantensoorten
Het doel van CITES is om te voorkomen dat de internationale handel in (producten van) dieren en planten het voortbestaan van die dier- en plantensoorten bedreigt. CITES trad op 1 juli 1975 officieel in werking. Inmiddels hebben zich 174 landen vrijwillig bij de overeenkomst aangesloten. Nederland heeft CITES in 1984 geratificeerd.
In de Europese Unie is een aantal verordeningen van kracht waarmee het CITES-verdrag kan worden uitgevoerd. In de drie bijlagen bij het CITES verdrag zijn inmiddels ruim 30.000 soorten opgenomen. In dit verdrag is ook een vergunningen- en certificatensystematiek opgenomen:
Bijlage I: direct met uitsterven bedreigde dieren en planten. De internationale handel in uit het wild afkomstige dieren en planten is verboden. Het gaat om bijvoorbeeld walvissen, dolfijnen, olifanten, neushoorns, tijgers, apensoorten, papegaaiensoorten, schildpadsoorten, verschillende bloembollensoorten, wilde ginseng en verschillende soorten orchideeën.
Bijlage II: dieren en planten die mogelijk met uitsterven worden bedreigd, maar dat nog niet zijn. Om die reden worden nu maatregelen genomen. Deze dier- en plantensoorten mogen alleen worden uitgevoerd als er een CITES-vergunning voor is verleend. Het gaat om onder meer roofdier- en krokodillensoorten, alle reuzenslangen en een aantal schelpen- en koraalsoorten. Zo gaat de hoeveelheid verhandelde dieren en planten niet ten koste van het voortbestaan van die soorten.
Bijlage III: dieren en planten die in minstens één land worden beschermd. Dit land heeft andere CITES-lidstaten gevraagd de handel in die soort te controleren.

Of handel is toegestaan en onder welke voorwaarden wordt bepaald door de bijlage waarop de dier- of plantensoort is opgenomen. Bepalend is ook of de dier- of plantensoort uit het wild komt of in gevangenschap is gefokt of gekweekt. CITES beschermt alleen soorten waarin internationaal wordt gehandeld en die (mogelijk) met uitsterven worden bedreigd. Dit betekent dat veel dier- en plantensoorten niet onder het CITES-verdrag vallen en vrij kunnen worden verhandeld. Voorbeelden zijn schorpioenensoorten, de meeste soorten ratelslangen en veel vissoorten. CITES is een soortenbeschermingsverdrag en geen verdrag dat gericht is op de bescherming van bijvoorbeeld leefomgevingen en migratieroutes. Het verdrag houdt zich ook niet bezig met dierenwelzijn.

Opvang in het wild levende, inheemse dieren
Voor opvang van beschermde inheemse dieren is een ontheffing nodig op basis van artikel 75 van de Flora- en faunawet. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) heeft beleidsregels vastgesteld voor het verlenen van ontheffingen. Met het vaststellen van deze beleidsregels wil de minister een impuls geven aan de verbetering van de kwaliteit van de opvangcentra. Een ontheffing wordt verleend op voorwaarde dat een opvangcentrum voldoet aan het kwaliteitsprotocol.

Uitzetten van dieren
Het in het wild uitzetten van dieren is gebonden aan regels. Voor een aantal soorten die als 'biologische bestrijder' (bijvoorbeeld in de tuinbouw) worden gebruikt, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen van de Flora- en faunawet. Biologische bestrijders spelen namelijk een belangrijke rol bij de duurzame en veilige teelt van voedsel.

Het CITES-bureau
Elk land dat zich bij het CITES-verdrag heeft aangesloten, is verplicht om een Management Autoriteit (MA) en een Wetenschappelijke Autoriteit (SA) in te stellen. Deze houden zich bezig met het geven van richting (beleid) en advies, en uitvoering van het verdrag. De Management Autoriteit in Nederland is ondergebracht bij het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). Het CITES-bureau (deel van de Management Autoriteit) in Den Haag is verantwoordelijk voor de afgifte van de verschillende CITES-documenten. Meer informatie over deze documenten is te vinden op de website van HetLNV-Loket (in de rechterkolom). Het komt voor dat het CITES-bureau verplicht advies moet inwinnen bij de Wetenschappelijke Autoriteit.

CITES-documenten
Voor invoer, uitvoer of wederuitvoer over de buitengrenzen van de Europese Unie is een invoervergunning, kennisgeving van invoer, uitvoervergunning of wederuitvoervergunning vereist. De Europese regelgeving kent naast deze vergunningen het EG-certificaat voor eigendomsoverdracht, commerciële handelingen en vervoer binnen de Europese Unie. Deze regelgeving is ook in Nederland van kracht.

Bezit in Nederland
In Nederland worden planten en dieren ingevoerd met een CITES-invoervergunning. Vaak zijn deze planten of dieren uit het wild gehaald. Toch kunnen ze gewoon worden gehouden als de houder de juiste documenten heeft. Voor een aantal beschermde diersoorten geldt in Nederland een bezitsverbod. Dit verbod geldt voor de dieren uit bijlage I die niet aantoonbaar in gevangenschap zijn gefokt of geboren. Het gaat dan onder andere om apen, katachtigen, en sommige uit het wild afkomstige papegaaien- en schildpadsoorten.

In bepaalde gevallen kan ontheffing worden verleend van het bezitsverbod. Wie toch een dergelijke diersoort wil houden (bijvoorbeeld als huisdier), moet daarom vóór aanschaf een bezitsontheffing aanvragen. Voor het verlenen van een bezitsontheffing wordt een aantal zaken getoetst, zoals legale herkomst en, waar mogelijk, de aanwezigheid van een microchip (geïmplanteerd in het dier) of naadloos gesloten pootringen. Veel diersoorten, zoals apen en roofdieren, mogen in Nederland niet thuis worden gehouden, ook niet als ze in gevangenschap zijn geboren.

Controles
De Algemene Inspectiedienst (AID) is in Nederland de controle- en opsporingsdienst als het gaat om de bestrijding van illegale handel in bedreigde planten en dieren. De AID geeft ook ondersteuning aan douane en politie door het leveren van kennis en expertise op het gebied van CITES en de Flora- en faunawet. Ook de Regionale Milieuteams (RMT's) en Interregionale Milieuteams (IMT's) van de politie houden zich bezig met CITES-handhaving. DeRMT's verrichten controles bij bedrijven en inrichtingen. IMT's nemen grootschalige opsporingszaken voor hun rekening. De douane controleert CITES-regels aan de Nederlandse grenzen (zoals de Rotterdamse haven en luchthaven Schiphol). Daarbij assisteert de AID.

Bron: 12-11-2010 
www.minlnv.nl

FacebookTwitterGoogle BookmarksLinkedinRSS Feed