Papegaaien aan het woord

Joepie vertelt: "mijn staart is rafelig"

Mijn staart is rafelig en mijn grijze pak is wat flets. Ik lijk stoffig en ik mis een oog…Maar ik kan heel veel vertellen want ik ben al bijna twintigjaar oud! Ze noemen mij Joepie en ik ben een valkparkiet. Ik zing allerlei liedjes, dat vinden de mensen leuk en mijn valkenvrienden hebben door mij ook leren zingen. Mijn lutino verloofde ook, maar meestal zit ze ademloos te luisteren op dezelfde stok.


Ik heb niet altijd hier gewoond. Omdat mijn geheugen me soms in de steek laat weet ik daar gelukkig niet veel meer van…
Eens kwam ik in het asiel terecht, iemand zal me wel gevonden hebben nadat ik weggevlogen was. Het asiel brengt regelmatig vogels onder bij de vrouw die ik mijn nieuwe baas noem. Zo ook deze keer en ik had het er geweldig naar mijn zin en werd direct verliefd op mijn verloofde. Ik zong voor haar het hoogste lied. We zochten zelfs een nestkast uit en dachten aan gezinsuitbreiding!


Maar toen sloeg het noodlot toe: mijn oude baas, best een lieve vrouw maar met weinig verstand van mijn vogel-behoeften, hoorde via via dat ik - weken geleden inmiddels- in de krant had gestaan: ‘gevonden een valkparkiet met maar 1 oog.’ Mijn handicap had me verraden…
De oude baas belde naar de nieuwe baas en wilde me op komen halen. Hoe er ook uitgelegd werd dat ik het hier fijn had, het hielp niet: ze miste de liedjes van Joepie en sprong in de auto om me te halen. Ze stond voor de volière met mijn kooitje, 1 zitstok zat erin zoals altijd… Geen speeltjes, niks en ik wist meteen weer hoe ik daar jaaaaaren in had gezeten: mistroostig kijkend naar de mussen buiten die gezellig samen tjilpten. Ze hoorden mijn liedjes niet door het dikke glas.

Mijn nieuwe baas vroeg nog met een akelig voorgevoel: ‘Is dat zijn reiskooi?’ Maar nee, sprak de ouwe baas eerlijk: ‘daarin zat hij al jaaaaaren en dat gaat toch goed?’ Ik wist meteen weer waarom ik weggevlogen was…  Nieuwe baas pakte met tranen in haar ogen een netje en deed zo lang mogelijk over het vangen terwijl ze uitlegde dat ik hier een verloofde had en volop de ruimte. Maar nee, ik moest mee, vooral vanwege mijn ‘vrolijke’ liedjes.


Ik heb naar mijn verloofde gegild en gekrijst tot ik in de auto zat en allang mijn volière met vrienden niet meer zag. Maar niemand hielp me… Mijn nieuwe baas huilde tranen met tuiten, ook omdat ze door de schik vergeten was mijn oude adres te vragen om later naar me te kunnen informeren.
De weken verstreken en ik zei niets, zong geen lied, keek niet naar de musjes en zat met opgetrokken schouders voor me uit te staren. Ook de nieuwe baas die nu dus eigenlijk weer mijn oude was, had veel verdriet en spijt dat ze me niet met hand en tand verdedigd had…

Maar er gebeurde een wonder, de baas vond er zo ‘niks meer an’, kreeg wroeging en belde naar de baas van mijn verloofde. Ze pakte me met kooi en al op, kocht er een bos blommen bij en geloof het of niet: voor de deur zong ik na weken stilte weer mijn lied en mijn verloofde, die me nog helemaal niet zag, begon te roepen en te roepen…


Iedereen huilde en de oude baas zette me zelf in de volière waar mijn verloofde onmiddellijk op me af vloog. De blommen gingen in een vaas en de oude baas bedankte de nieuwe omdat ze iets belangrijks geleerd had zoals ze zei.

En, alsof het nog niet sprookjesachtig genoeg is: de volgende dag zag ik een Kerstboom met lichtjes in de tuin staan. Mijn verloofde en ik zagen het vanuit ons verwarmde nachthok terwijl we elkaar voor de zoveelste keer knuffelden… We hebben kinderen gekregen die allemaal nog bij ons wonen, er gaat nooit een vogel weg die hier geboren wordt.


En zo leef ik al heel lang en gelukkig….



Joepie, augustus 2012

FacebookTwitterGoogle BookmarksLinkedinRSS Feed