Eigenaren aan het woord

Louis, de agapornis uit Sprang-Capelle

Mij is gevraagd mijn ervaringen met de Agapornis Roseicolli op papier te zetten. Dit is echter al heel lang geleden maar ik herinner me nog heel veel. Iedereen kent inmiddels die kleine dwergpapegaaitjes, zoals ze in de volksmond vaak genoemd worden. Het is een veel verkocht en gedumpt vogeltje. Er is gemakkelijk mee te kweken, ook dit heb ik op jonge leeftijd gedaan. En omdat er gemakkelijk mee te kweken is wordt de markt al snel overspoeld.

Je kunt zo’n beestje voor een habbekrats kopen. Wat echter wel vergeten wordt is dat dit kleine beestje ook heel intelligent is en zeer sociaal en dus gezelschap nodig heeft die hem bezig houdt en hem gezelschap houdt. Ze heten niet voor niets in het Engels “Love birds”. Ze zien hun baasje dan ook vaak aan voor partner en gedragen zich dan ook zo. En ja hoor, echt tot het paren (van het mannetje) toe. Al wordt dit door veel mensen gezien als een spelletje (zelfs al gezien op een filmpje op Funniest Home video’s).


Mijn ervaringen met zo´n vogeltje beginnen op jonge leeftijd, volgens mij was ik een jaar of 12-13 oud. Een kennis van mijn ouders kweekte deze vogeltjes en zou er één met 6 weken vanuit het nest aan mij geven (veel beter dan handopfok trouwens). Ik heb mij helemaal ingelezen hoe ik met dit vogeltje om moest gaan en ook de kweker heeft mij heel veel verteld. Toen het vogeltje kwam was hij nog heel jong met nog flink wat zwart in het snaveltje (daar kun je jonge vogels van deze soort aan herkennen) en lekker fel. Ja, fel zijn ze zeker, in gedrag en vocaal. Soms om gek van te worden. Hoe harder jij praat hoe harder zij gillen. Daar moet je echt tegen kunnen.

Het tam maken kon beginnen. Ik nam Louis (mijn eerste doopnaam) mee naar mijn kamer. Daar maakte ik op bed een soort van “tent” om met hem te spelen. In zo’n kleine ruimte kon hij niet wegvliegen dus moest hij wel bij mij blijven. Na een paar weken was hij al zo tam dat hij constant bij mij bleef. Hij kwam als ik hem riep, en hij speelde met me zodra hij uit de kooi was. In die tijd werd er nog weinig gedaan aan goede voeding. Er was grof parkieten voer en daar moest hij het maar mee doen. Gelukkig waren we zo slim om hem ook fruit en groente te geven.

En oh wat is het leuk als Louis weer een sigaret kapot maakte en uit elkaar plukte. Maar we wisten niet dat dit levensgevaarlijk voor hem was. Even nippen uit het glas bier, frisdrank en melk…. Lachen….! Maar oh zo slecht. Je moest hem continue in de gaten houden als hij uit de kooi was. Hij vrat aan alles, sloopte alles en alles was van hem. Zodra hij met iets aan het spelen was moest je er vanaf blijven anders beet hij tot bloedens toe in je vingers. Terwijl hij normaal nooit beet.


Maar zoals zo vaak gebeurt als jonge tiener, verloor ik helaas mijn interesse in hem en zette ik hem bij mijn kweekvogels. Als ik ergens veel spijt van had, achteraf, is het dat wel. Maar de rest van de familie had te weinig interesse. Zo’n vogeltje hoort een band met een geheel gezin te hebben, zeker bij jonge kinderen. Als de kinderen de interesse verliezen dan worden ze tenminste niet aan de kant gezet. Zoals ik ooit zo dom heb gedaan.
Dus wil je zo’n lief vogeltje in huis nemen, doe dit als gezin. Informeer van te voren wat de behoeften zijn voor de vogel. En weet zeker dat je weet waar je aan begint!

Ik heb echter wel veel geleerd in deze periode over de soort en over kromsnavels. Inmiddels heb ik nu, sinds ik invalide ben en veel tijd heb, samen met mijn vrouw 2 grijsjes en een bont boertje. Twee hiervan komen uit de opvang. En tijd heb je nodig en hebben zij nodig van jou. Ik ben er zo’n beetje de hele dag mee bezig. Ik heb er nu gelukkig (of juist ongelukkig) veel tijd voor. En ze bieden mij veel gezelschap en steun.


Wico

FacebookTwitterGoogle BookmarksLinkedinRSS Feed